Gedichten

 

Waar de kunst kraait

 

Waar de winden kruisen, bij het Wad

ligt groen verweerd, in ‘t Hoogeland

een kleine parel, ongepoetst

die de oude naam Den Andel draagt

 

De vrije wind houdt het dorp

al eeuwen in zijn greep

nat en kil uit west en oost

zilt en zwoel uit noord en zuid

 

Het dorp oogt gestorven

Leeggewaaid de straten

De luiken toe, deuren dicht

een kraai krast in een iep

 

Maar schijn bedriegt in het kleine dorp

want in de huizen, in de tuinen

wordt geklopt, gezaagd, gehakt

gehamerd en gehouwen

 

Dichters duwen woorden voort

Een schilder schuift met verf

Een houwer heft zijn moker

slaat bogen in de lucht

 

In Den Andel schept men beelden

uit zand, uit hout, uit inkt

Pennen krassen, penselen zwiepen

Beitels boren, vijlen schaven

 

Zo kent de kleine krent

een dubbel aangezicht

De voorkant ademt rust

Daarachter kraait de kunst

 

ik zie de wind

 

de kwelder lonkt, de polder pronkt

de zee zingt zoet gestemd

een noordenwind strijkt klanken

op dijken strak gesnaard

 

ik hoor het lied, ik zie het lied

een lichtblauw wit met groen

ik ben er niet, ik hoor het toch

zie klanken met mijn ogen

 

water stroomt, ik ruik het zout

wier danst in mijn hoofd

op het zandvlak in de verte

zie ik nog steeds de wind

 

Bezoek voor meer gedichten de Weblog Gritter!